zaterdag 20 februari 2021

Kringspel met thema-gerelateerd voorwerp

 Kringspel met thema-gerelateerd voorwerp

"Zakdoek leggen"


Het kringspel doet denken aan "zakdoek leggen".

Het is een eigentijdse versie 

en je kan het perfect aanpassen in het thema van de week.


Verloop van het spel:

- de kinderen maken een kring en gaan zitten op de grond

- iemand (kind of leerkracht) heeft een voorwerp vast en het lied wordt gezongen terwijl leerkracht of kind rond de kring stapt met het voorwerp

- aan het einde van het lied wordt het voorwerp neergelegd 

achter een kind dat in de kring zit.

- diegene die het voorwerp achter het kind heeft neergelegd, 

loopt vervolgens snel rond de kring,

- het andere kind laat het voorwerp liggen en loopt snel achter de leerkracht / het eerste kind  en doet een poging om hem / haar te tikken

- de leerkracht / het eerste kind is gewonnen als hij het voorwerp neemt voor hij / zij getikt werd



Als je dit spel speelt met twee voorwerpen, dan wordt het een soort vlaggenstok.

Diegene die de voorwerpen vastheeft en rond de kring stapt, 

gaat tussen twee kinderen staan. 

De twee kinderen lopen elk een andere richting uit, rond de kring. 

Ze proberen om ter eerst een voorwerp te pakken te krijgen.


Het kan ook met één voorwerp, 

maar ik heb ondervonden dat dit tot botsingen en kwetsuren kan leiden...



Lied


'k Heb een dinosaurus gevonden,

wie zijn dino kan dat wel zijn???

 

1 2 3 4 5, mevrouw, meneer,

hier leg ik die dino neer...


Tekstvariaties 

- voertuigen: helikopter, vliegtuig, vrachtwagen, raceauto, ...


- dieren: boze leeuw, stoere tijger, gekke kip, coole kikker, grote/kleine beer, snelle spin, trage slak, mooie kever, lange slang, ...


- fantasie: lieve heks, gek monster, boze draak, ...


- sprookje: de boze wolf, een klein geitje, een roze biggetje, een lelijke eend, zeemeermin, ...


- ...


Ook hier weer zorgt de herkenning van het spel(regels) voor zelfvertrouwen: "ik ken dit, ik kan dit!"

Het is hetzelfde, maar  toch een beetje anders.

Het stimuleert zelfstandig samenspel binnen het thema en men leert ook omgaan met winnen en verliezen.





Wiskundige begrippen - eentje MEER / eentje MINDER

 

Wiskundige begrippen: 

meer / minder


Bij de liedjes die ik hier deel, ligt de focus op de wiskundige begrippen: 

(eentje) meer / minder.

De liedjes kunnen uitgebeeld worden 

zodat de kinderen ook op dramatisch vlak uitgedaagd worden.

Ik heb ondervonden dat de combinatie van beweging (het dramatische) 

en het cognitieve (wiskundige) werkt.

De kinderen beleven veel plezier aan de liedjes in combinatie met de activiteit(en).


Lied

Clowns

Twee clowns dansen vrolijk en blij.

Dansen, dansen vrolijk en blij.

Kijk, er komt er eentje bij!

Hoeveel clowns dansen er nu vrolijk en blij?

Drie clowns dansen vrolijk en blij.

Dansen, dansen vrolijk en blij.

Kijk er komt er eentje bij!

Hoeveel clowns dansen er nu vrolijk en blij?

...


Dit liedje gaat over "clowns" 

maar je kan de tekst ook aanpassen in functie van je thema.

Ook prinsessen, prinsen, monsters,

kabouters, trollen, elfjes, heksen, piraten, helden, draken,  ... kunnen dansen!





  Lied

Draken

6 draken dansen voor de grot.

Dansen, dansen voor de grot.

Eén draak verdwijnt in de grot.

Hoeveel draken zijn er nog?

5 draken dansen voor de grot.

Dansen, dansen voor de grot;

Eén draak verdwijnt in de grot.

Hoeveel draken zijn er nog?


Ook hier zijn tekstvariaties mogelijk: 

- "draken" kan vervangen worden door dino's, monsters, beren, wolven, vleermuizen, piraten, heksen, ...

- "dansen" kan lopen, huppelen, sluipen, vliegen,  ... worden.

- "in de grot" kan vervangen worden door "in het rond"


In deze versie zit er ook "in" en "uit

Er kan vergeleken worden: 

hoeveel zitten er in de grot, hoeveel zijn er uit?





Lied

Vleermuizen

6 vleermuizen vliegen in het rond,

vliegen, vliegen in het rond.

1 vleermuis valt op de grond!

Hoeveel vliegen er dan nog rond?

5 vleermuizen vliegen in het rond,

vliegen, vliegen in het rond.

1 vleermuis valt op de grond!

Hoeveel vliegen er dan nog rond?

4 vleermuizen vliegen in het rond,

vliegen, vliegen in het rond.

1 vleermuis valt op de grond!

Hoeveel vliegen er dan nog rond?

...


Dit liedje is ook weer een variatie op hetzelfde thema, 

maar met hetzelfde doel: 

elke keer eentje minder.

Ik heb zelf ervaren dat de kinderen het leuk vinden dat dit terugkomt als een soort rode draad bij verschillende thema's.

Het is hetzelfde, maar toch ook een beetje anders.

Je kan de nadruk telkens verleggen: 

focus op het wiskundige, de bewegingen, de streefwoorden, ...





Beestige versjes en liedjes

 Beestige versjes en liedjes



Lied

Spinnen


Daar komen 2 spinnetjes aan,

kriebel krabbel, kriebel krabbel, kriebel krabbel.

De ene is (rood) en de ander is (blauw)

kriebel krabbel, kriebel krabbel, kriebel krabbel.

Pft, weg is ..., pft, weg is ...

Daar komen ze, daar komen ze,

alle twee weer aan!

Kriebel krabbel, kriebel krabbel, kriebel krabbel.


Dit is een vingerspelletje waarbij je handen de twee spinnen zijn.

Je kan variëren in tekst door kleuren of de namen van de kinderen te gebruiken en na het liedje te vragen over wie of welke kleuren je gezongen hebt en zo wordt het een geheugen/concentratie/luisteroefening.

Als je de namen van de kinderen gebruikt zijn ze meer betrokken en hun luisterbereidheid stijgt, want wie wil er nu niet aan de beurt komen?







Lied / versje

Diep in de zee


Ik ben een mooie vis, ik woon in de oceaan.

Zwemmen kan ik heel erg goed, hier kom ik al aan.

 

Ik ben een octopus, ik woon in de oceaan.

Ik heb 8 lange armen, hier kom ik al aan.

 

Ik ben een zotte kwal, ik woon in de oceaan.

Pas op want ik kan steken, hier kom ik al aan.

 

Ik ben een gekke krab, ik woon in de oceaan.

Ik zit onder water, hier kom ik al aan.

 

Ik ben een boze haai, ik woon in de oceaan.

Kijk uit ik ga je vangen, hier kom ik al aan!!!


Dit kan gezongen worden tijdens een tikspelletje waarbij ze de dieren uitbeelden als erover gezongen wordt.

Als je bij de haai gekomen bent, zet je één kind een haaienmuts of kroon op en die moet dan de andere kinderen vangen/tikken.

Het spel kan verschillende keren na elkaar gespeeld worden. 

Telkens wordt het lied gezongen en een andere haai gekozen.

Deze activiteit heeft een actief spelelement in zich, 

de kinderen beelden uit wat ze horen 

en ze zijn in beweging rekening houdend met de spelregels.

Ondertussen wordt al spelende het lied herhaald 

zodat ze het kunnen meezingen 

en het spel kunnen spelen in groepjes

en / of op de speelplaats.



Versje

Diep in de zee


1 klein visje gaat zwemmen in de zee.

2 boze haaien zwemmen met hem mee.

3 rode krabben zitten onder water.

en de grote octopus die komt een beetje later.

4 witte walvissen, samen op een rij,

5 dolfijnen, vrolijk en blij.

6 pinguïns staan te springen.

En de zotte zeester begint een lied te zingen.


Spel: 

- leg in de zaal de prenten van de dieren uit het versje

- zorg voor 22 kinderen in de zaal, 

de anderen zijn toeschouwers 

(nadien kan je wisselen)

- laat de 22 kinderen lopen, huppelen, stappen, ... door de zaal 

- op een afgesroken (auditief) signaal gaan ze bij een prent staan. 

- er moet rekening mee gehouden worden dat de aantallen kloppen: 

1 kind bij de prent van "1 visje", 2 kinderen bij de prent van "2 haaien", ...

- als de aantallen kloppen kan het versje worden opgezegd en mogen de kinderen het uitbeelden.






Versje

Eendjes



5   kleine   eendjes   zitten   in   het   gras,

 

5   kleine   eendjes   zwemmen   in   een   plas,

 

5   kleine   eendjes   kwaken   super blij,

 

5   kleine   eendjes   spelen   in   de   wei.


Vijf kinderen beelden uit wat er gezegd wordt.

De andere kinderen kijken naar het dramatisch spel.

Na het versje worden er andere "eendjes" gekozen en wordt het versje herhaald.

Op deze manier beleven de kinderen het versje zowel actief als passief, zowel als deelnemer en als toeschouwer.

Tekstvariatie: 

- spelen in de wei kan ook springen, slapen, huppelen, dansen, ... worden

- in plaats van eendjes, kan je het ook met kikkers opzeggen






Lied

Slak


Hier komt de slak, de trage slak.

Pas maar op, pas op.

Pas maar op pas op!

Hier komt de slak, de trage slak.

Pas maar op of je trapt er op!


Het kernwoord in dit liedje is "traag".

Dit zou van pas kunnen komen als je rond tegenstellingen werkt: 

vlug / langzaam

 snel / traag

Met dit liedje probeer je de kinderen ook respect voor de natuur bij te brengen. 





Lied / versje

Kikker


Dag kleine kikker bij ons in de sloot.

Eens was je klein, maar nu ben je groot.


Je werd als een vis uit een eitje geboren.

En toen kreeg je pootjes, van achter en van voren.


Je staartje verdween, het is werkelijk waar.

En toen kon je springen want toen was je klaar!


Dag kleine kikker bij ons in de sloot.

Eens was je klein, maar nu ben je groot.   



Dit kan als versje gebruikt worden, maar het kan ook gezongen worden.

Wat hierbij op aansluit is het chronologisch rangschikken van prenten over de evolutie van kikkervisje naar kikker.


Dit kan perfect uitgebeeld worden door de kinderen.

Plezierig is als je de klas in de helft doet: 

de ene helft beeldt uit, de andere helft is toeschouwer.

En daarna wisselen uiteraard.





Versje

Octopus


Een octopus woont diep in de zee,

 hij telt tot acht en ik tel mee.

Hij zwemt heen en weer terug,

soms heel traag, maar soms ook vlug.

 

Hij heeft 8 lange armen,

geloof me het is waar.

Kijk maar achter die zware steen,

ik ben er zeker van: hij is daar.

 

Verstoppertje wil hij spelen,

op de bodem van de zee.

Gelukkig spelen alle vissen

heel graag met hem mee.

 

Tellen tot 8 staat hier centraal: 

- Laat de kinderen tot 8 tellen: samen, apart, in groepjes.

- Schrijf het cijfer 8 in de lucht (linkerhand, rechterhand). 

- Tel stil, boos, blij, verdrietig, luid, zacht, vlug, langzaam, ...

- Spel: verstop een octopus (prent, foto, knuffel, ...) in de klas. 

Terwijl je het versje opzegt, gaat 1 kind op zoek naar de octopus.

Als het versje gedaan is en het kind heeft de octopus niet gevonden, dan stuur je een helper zodat ze samen op zoek kunnen gaan.

Laat de kinderen verwoorden WAAR ze de octopus gevonden hebben (welke hoek, op, onder, tussen, in, naast, ...)






Versje

 Kip - haan - ei - kuiken


De kip die legt een ei,

de haan die staat erbij.

Het kuikentje kruipt uit het ei

en moeder kip die kakelt blij.

Van kot kot kedei!

VAN KOT KOT KEDEI!

 

Kukeleku zo kraait de haan,

wat heb jij dat goed gedaan!

Kip en haan zijn nu heel fier,

nu zijn ze plots met drie!

NU ZIJN ZE PLOTS MET DRIE!



Dit versje kan uitgebeeld worden aan de hand van materiaal, knuffels, handpoppen, ...

Er kunnen prenten gebruikt worden, de kleuters kunnen verwoorden wat er op de prenten staat.

Je kan ze in de juiste volgorde laten leggen 

(chronologisch rangschikken)

Streefwoorden: 

de kip, de haan, het kuiken, het ei, 

kakelen, kraaien, fier, 







Versje

Vleermuis


Met mijn kop ondersteboven,

ja, zo slaap ik, je moet me geloven.

 

Ik heb twee vleugels, daarmee fladder ik graag.

Ik vlieg hoog en soms ook laag.

 

Slapen doe ik als de zon schijnt,

ik word wakker als ze weer verdwijnt.

 

Van mij hoef je niet bang te zijn.

Ik vang kleine beestjes, dat vind ik fijn.


Streefwoorden: 

ondersteboven, fladderen, vliegen, vangen, slapen, 

de vleugel, hoog, laag, bang 


Het versje is ideaal om uit te beelden.

vrijdag 19 februari 2021

Vier seizoenen op een rij

 Vier seizoenen op een rij


Herfst


Onder de bomen in het bos staan veel paddenstoelen.

Ze staan op het groene zachte mos en we mogen er niet aan voelen.

 

We kijken naar links en ook naar rechts en verzamelen leuke spullen.

Ze liggen zomaar op de grond, je kan er je zakken mee vullen.


Eikels, kastanjes en veel blaadjes,

we gingen op daguitstap met al onze maatjes.


Dit versje is ideaal als aanvulling op een herfstuitstap 

of een herfstwandeling.


Mogelijke streefwoorden: 

het bos, onder, op, de paddenstoel, zacht, groen, het mos, links, rechts, de eikel, de kastanje, het blad / blaadje, verzamelen



Aan de grote appelboom

groeien lekkere appels. 

Als de wind komt en hij blaast, 

vallen de appels op de grond.      

Tekstvariaties:

perenboom – peren

kersenboom – kersen

notenboom – noten   

Dit kan gebruikt worden binnen het thema herfst en/of herfstfruit.

Fruit sorteren, bomen knutselen, fruit boetseren, iets lekkers en gezond maken met fruit (oa smooties!), ...







Winter


Het is winter, bibber, bibber
en ik bibber, bibber, bibber.
Want buiten is het koud.

Doe je jas aan, bibber, bibber.
Zet je muts op, bibber, bibber.
Doe je sjaal om, bibber, bibber,
en je wanten / handschoenen aan.

Het is winter, bibber, bibber
en ik bibber, bibber, bibber.
Want buiten is het koud.

Op het ijs staan bibber, bibber.
Zal dat goed gaan, bibber, bibber.
Vallen, opstaan, bibber, bibber,
en weer verder gaan. 

Het is winter, bibber, bibber
en ik bibber, bibber, bibber.
Want buiten is het koud.



Bie ba boe bevroren, water wordt echt ijs.

Als 't heel koud is buiten, is 't een winters paradijs.

En als het dan gaat sneeuwen, doe ik mijn sjaal en muts aan.

Ik ga pas door de vrieskou met mijn warme kleren aan.

Mijn handen zitten goed verstopt in wanten of handschoenen,

aan mijn voeten doe ik dikke sokken en warme winterschoenen.


Mogelijke thema's: winter, sneeuw, kleding, koud/warm






Lente

Een stengel met een bloem

Een bijtje zoem zoem zoem.

 

Een vogel legt een ei

De lente maakt me blij!

 

De bloemen in het gras.

We spelen buiten zonder jas.



Mogelijke thema's: Lente, bloemen, zaaien en planten, kriebelbeestjes, ...  






Zomer


Ik ga zo graag naar het strand,

lekker spelen in het zand.

Pak je zwembroek * en ga mee,

op vakantie naar de zee!!!

(*: koffer, zonnebril, emmer, schep, handdoek, ...)      


Naar aanleiding van dit liedje kan je kringspelletjes spelen: 

- wat neem je allemaal mee naar het strand, welk voorwerp is er weg, wat hoort er niet bij, ... 

- wat zit er in de koffer, wat ligt er naast de koffer, wat ligt er onder de koffer, ...



Vakantie!

Ik ga zo graag op vakantie met het vliegtuig

en dan neem ik mijn koffer mee.

Ik ga zo graag op vakantie met het vliegtuig,

hoog tussen de wolken, kom maar met me mee!.

 

Ik ga zo graag op vakantie met de sneltrein,

en dan neem ik mijn koffer mee.

Ik ga zo graag op vakantie met de sneltrein,

tjoeke tjoeke tuut, kom maar met me mee!

 

Ik ga zo graag op vakantie met de auto,

en dan neem ik mijn koffer mee.

Ik ga zo graag op vakantie met de auto,

mijn koffer is al ingepakt, we gaan naar zee!


Mogelijke thema's: Zomer, vakantie, voertuigen, op reis



Hieronder vermeld ik enkele prentenboeken die je tijdens het werken rond de seizoenen kan gebruiken of in de boekenkast kan zetten...



























Thema's: De kip en het ei - Pasen

 Thema's: De kip en het ei - Pasen Als de lente in aantocht is, dan is het weer tijd om... paasmandjes te knutselen! Als je een toffe pa...